27 december 2017 ←Terug naar overzicht

" Lees het verslag van twee succesvolle lezingen binnen het PCM.     "

EUTHANASIE BIJ PSYCHISCH LIJDEN

Het Gezamenlijk Ethisch Comité van PCM en HFK organiseerde op 30 november een studienamiddag over Euthanasie bij psychisch lijden. Dat het thema heel actueel is, en leeft bij de medewerkers, getuigt de massale opkomst. Een 100-tal zorgverleners van PCM, PZ Heilige Familie en externe geïnteresseerden, zoals huisartsen uit de regio, hoorden hoe Axel Liégeois het model van de Broeders van Liefde toelichtte. Liégeois is zelf voorstander van wat hij ‘de middenpositie’ noemt: Euthanasie kan, mits de wettelijke voorwaarden aangevuld worden met enkele cruciale zorgvuldigheidsvereisten.

Dr. Marc Calmeyn, psychiater in het PZ OLV in Brugge, formuleerde zijn visie over dit thema. Hij is, als één van de drie auteurs van de brief die onlangs op de VRT-nieuwswebsite verscheen, een gekend tegenstander van Euthanasie bij psychisch lijden. Hijzelf is voorstander van de ‘crustatieve zorg’ als alternatief bij aanhoudend psychisch lijden.

Huisarts Dr. Emmanuel Comer is Leifarts, en heeft zelf al enkele patiënten begeleid bij hun euthanasieverzoek en de uitvoering ervan. Hij schetste het wettelijk kader en bracht enkele cijfers naar voor, waarbij we niet kunnen voorbij gaan aan het feit dat het bij meer dan 1/3 van de uitgevoerde euthanasieverzoeken in ons land, gaat om euthanasie bij psychisch lijden. Dr. Comer benadrukte, net als Axel Liégeois, het belang van een goede, persoonlijke communicatie met zowel patiënt als zijn naasten. Maar hij blijft benadrukken dat euthanasie bij psychisch lijden bespreekbaar moet blijven, en als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput, het een keuze van de patiënt en zijn omgeving is, om voor euthanasie te kiezen.

Tijdens het debat achteraf had iedereen de mogelijkheid om vragen te stellen. Vooral de opmerking of euthanasie een waardige oplossing is, voor patiënten die al heel lang lijden, en anders misschien suïcide zouden plegen, en of alle psychische aandoeningen dan wel of niet “te genezen / behandelbaar zijn”, zorgde voor de nodige discussie.

Moderator Dr. Dietlinde De Man sloot de namiddag af met enkele reflecties die deze studienamiddag hebben opgeleverd. Hopelijk nemen de deelnemers deze bedenkingen mee naar de werkvloer en wordt het thema met de collega’s besproken, zodat we als zorgverlener voorbereid zijn als een patiënt de wens tot euthanasie uit. Dat moment is niet het einde, maar het begin van een traject, waar nog vele mogelijkheden en kansen liggen, om onze patiënt te ondersteunen.

LEZING OVER ZELFVERWONDEND GEDRAG

Het PC Menen had op 5 december 2017 prof. dr. Laurence Claes uitgenodigd om een lezing te houden over zelfverwondend gedrag (ZVG). De vraag kwam vanuit onze medewerkers zelf, die geregeld met “non-suicidal self-injury (NSSI)” zoals het in het vakjargon heet, te maken krijgen. Professor Claes wist de volle zaal meer dan twee uur lang te boeien met haar expertise op het vlak van associaties tussen persoonlijkheid en psychopathologie m.b.t. zelfverwondend gedrag.

De professor omschreef ZVG als “sociaal onaanvaardbaar gedrag waarbij een persoon zichzelf opzettelijk en op een directe manier fysiek letsel toebrengt zonder de intentie zichzelf van het leven te benemen”. En meteen werd ook duidelijk dat het misschien niet zo straight forward is, als sommigen misschien gedacht hadden. Cultuurverschillen kunnen er nl. voor zorgen dat bepaalde handelingen van “zelfverwonding” niet overal als “onaanvaardbaar” worden bestempeld. Het kan ook gebeuren dat ZVG wel eindigt in suïcide (gewild of accidenteel).

Het is opvallend dat er bij hulpverleners vaak een negatievere attitude aanwezig is t.o.v. ZVG, dan t.o.v. suïcidale ideaties. Artsen, verpleegkundigen en therapeuten zien het nog te vaak als “om negatieve aandacht vragen” of manipulatie vanwege de patiënt. De professor benadrukte dat de patiënt iets wil duidelijk maken en dat het gedrag voor de patiënt bepaalde “voordelen” moet bieden, al kan hij die niet altijd meteen benoemen, anders zou het gedrag zich niet meer stellen.

De professor beklemtoonde dat “functie van het gedrag voor de patiënt” cruciaal is, in het begrijpen van ZVG. Niet elke persoon die zichzelf opzettelijk verwondt, doet dit om dezelfde reden. ZVG kan een communicatieve of probleemoplossende functie hebben. Professor Claes legde aan de hand van de schaal van Vanderlinden en Vandereycken de “functionalistische benadering” uit. De patiënt kan het doen om zichzelf te straffen, om negatieve emoties weg te nemen, of om iets te voelen, als “moodstabilisator”, om uit dissociatie te geraken (of omgekeerd), omdat ze iets niet gezegd krijgen, om controle te hebben, … Daarom is het cruciaal dat we als hulpverlener achterhalen waarom onze individuele patiënt het gedrag stelt. Durven doorvragen is de boodschap, want vaak kan de patiënt het ook niet meteen zelf onder woorden brengen. Ook de rol van “pijn” kan verschillen en belangrijk zijn. Deze functieanalyse zal mee de behandeling bepalen. Zo kan je een patiënt die het doet omdat hij zich verworpen voelt, of om iets te voelen, beter niet afzonderen, want dat verergert het gevoel en de drang om zichzelf te verwonden. Iemand die het enkel doet bij overprikkeling kan dan misschien wel baat hebben bij een prikkelarme ruimte.

Het zelfverwondend gedrag onmiddellijk verbieden is niet aangewezen, omdat de patiënt wellicht ander problematisch gedrag zal gaan vertonen om hetzelfde effect te verkrijgen (verschuiving van gedrag) of het heimelijk zal doen, op plaatsen op het lichaam die niet zichtbaar zijn. Het is beter om gradueel af te bouwen naarmate de behandeling vordert en te streven naar openheid (patiënt die toegeeft wanneer hij zichzelf verwond heeft).

Professor Claes ging vervolgens dieper in op de behandeling, hervalpreventie, besmetting op een afdeling en aanpak van co-morbide pathologie.

De reacties van de deelnemers aan de lezing waren unaniem. Iedereen vond het enorm boeiend. De inzichten van prof. dr. Claes bieden ons handvatten om onze eigen expertise verder te ontwikkelen.